dagboek/2018/20180524.jpg
24 mei 2018

Mijn moeder was trots op haar geraniums. Ze liet ze overwinteren op zolder, stekte ze in de lente en kweekte de stekjes liefdevol op. Kleine potjes met sateprikkers en een bewasemd plastic zakje vormden mini-kasjes in de vensterbank van het keukenraam. Dit was de erfenis van haar moeder. Ik kreeg ook stekjes. Ik liet ze opeten door bladluizen, ik verdronk ze of liet ze verdrogen in de winter. Geraniums ruiken vreemd. Oma's geraniums hadden een typische oma-geranium-kleur. Geraniums hebben liefde en aandacht nodig, niet af en toe een plens water. Mijn moeder voorzag me geduldig van nieuwe stekjes, en op den duur begon ik de geraniums te waarderen. Niet de planten zelf, maar om wat ze vertegenwoordigden. Een soort verbintenis met mijn familiegeschiedenis. Omdat ik nog geen volleerd geraniumhouder was, werden de planten groot, stakerig en scheef, maar steeds vaker kwamen ze de winter door en ik kreeg ze in bloei.
Mijn oma wist het: als je je niet goed voelt, zijn de kamerplanten de eersten die eronder lijden. De verbouwing die ons huis warm en knus moest maken, maar ons vooral ellende bracht, leidde tot een algemene plantocide. De planten die niet waren verdroogd, bevroren op het balkon. Ik kon mezelf er niet toe zetten de balkondeur te openen om ze te redden. De balkondeur, die bij het eerste gebruik uit zijn scharnieren hing. De deur was hersteld, maar zodra ik mijn hand op de klink legde begon de hele verbouwing als een rampenfilm in mijn hoofd opnieuw te draaien.
Vandaag belde ik mijn moeder. Ze herstelt moeizaam van een gebroken heup. Ze zei: 'mijn moeder wist het: als je je niet goed voelt, zijn de kamerplanten de eersten die eronder lijden. Al mijn geraniums zijn dood.'
Ik haalde vanmiddag drie nieuwe geraniums bij de bouwmarkt. Oma's kleur wordt niet meer verkocht.