dagboek/2018/20180131.jpg
31 januari 2018

Mosselen op een rots aan de kust vertegenwoordigen een oeroude levensvorm. Ze hebben geen ogen, oren, neus of tong. Ze hebben wel een bewustzijn, maar dat is niets anders dan hun lichaam. Hun huid is hun bewustzijn, en hun tastzin is hun enige zintuig. Dit lijkt wel ongelooflijk primitief, maar hun tastzin grenst aan wat mensen telepathie zouden noemen.
Als je je hand boven een mossel houdt, voelt deze je aanwezigheid en trekt zich onmiddellijk terug in zijn schelp. De tastzin van een mossel berust volledig op zijn ki. In basis zijn al onze zintuigen ook afhankelijk van de tastzin, de electrische impulsen die waarneming door de hersenen mogelijk maken.
De oervorm van de hersenen is het celmembraan, en niet de celkern zoals men vroeger dacht. Net als in de allereerste levende cel vormt onze tastzin onze meest fundamentele communicatiemogelijkheid met onze omgeving. Als deze gevoeligheid verloren gaat, verliezen we daardoor ook de basis van onze spirituele gevoeligheid. Zonder deze gevoeligheid, die gebaseerd is op de I-dimensie, kunnen we onze intuitie niet ontwikkelen. Daarom moet iedere realistische spirituele ontwikkeling beginnen met de training van het lichaam.
Alleen door het lichaam kunnen we de ziel ontdekken.

William Gleason in Aikido and words of power: the sacred sounds of Kototama