dagboek/2017/20170806.jpg
6 augustus 2017


De garage moest helemaal leeg. Een collega wees me op de oudijzermannetjes iets verderop in de straat. Dan hoefde ik niet helemaal naar het andere eind van de stad naar het afvalbrengstation, en ik kreeg ook nog een paar centen voor mijn oude metaal.
Drie keer reed ik op en neer, de oudijzermannetjes waren behulpzaam met uitladen. En elke keer verdween het oudste mannetje in het glazen kantoortje, waar hij gewichtig op een rekenmachine met extra grote toetsen begon te kloppen. Dan toonde hij me het papiertje met zijn berekeningen en betaalde me uit. Het voelde heel bevredigend, dat ik betaald werd voor mijn afval.
Ik zat nog met een groot metalen hek. Te zwaar om te dragen, te groot voor de auto, maar als ik een aanhanger moest huren was ik vele keren meer kwijt dan het opleverde. De oudijzermannetjes wisten wel een oplossing: een van de scharrelaars die bijna dagelijks langs de straten lopen om afvalcontainers te checken op ijzer zou graag langs komen om het op te halen. Kijk, daar kwam er net eentje! Een op het oog Marokkaanse man van een jaar of 70, gedrongen, gelooide huid, werd door de schroothandelaar aangesproken, of beter gezegd aangeroepen: 'Jij ijzer halen bij mevrouw! Jij halen met karretje! Daar in straat!'
Een paar uur later ging de bel, en mijn redder in nood stond voor de deur. Hij sprak precies zoals hij geleerd had: 'jij helpen mij? ik karretje pakken!' Samen tilden we twee grote ijzeren hekken op een piepklein gammel karretje met knerpende wiebelende wieletjes. Hij klom op zijn scootmobiel en daar ging het oud-ijzer zacht wiebelend de straat uit...