dagboek/2015/20150327.jpg
27 maart 2015

Oom Pieter en tante Sophie, die de invitatie hadden aangenomen, konden niet komen. Zij lagen in bed, plotseling aangegrepen door de wonderlijke nieuwe ziekte, die sommigen griep, anderen ‘aanstellerig’ influenza noemden. Waarbij je zóó goed was, en zóó van de beenen viel. Louise Craets, haar tafelschikking op het laatste moment in de war, nam het bepaald kwalijk. Oom en tante konden wel begrijpen hoe je daar iemand mee dupeerde! Dat was maar gekheid, zóó ziek ineens....
Nog twee dagen later kwam Frederik merkwaardig langzaam de stoep op bij zijn zusters. Rillende ging hij voor de kachel zitten...‘Lekker weer Frederik.’ Hij werd ongemotiveerd kwaad; zijn hoofd gloeide zoo en hij was tot in zijn merg koud... ‘Frederik - je bent zeker een beetje verkouden....’ Hij gaf geen antwoord. Hij werd zoo kwaadaardig als hij zelden tegen iemand was. ‘Hij was doodziek!’ En zij praatte van: ‘een beetje verkouden!’ Hij dacht, dat hij haar een klein influenzaatje toewenschte - zette zijn hoed op, en kroop de stoep af; in zijn bonzend hoofd den afstand berekenend, die hem nog scheidde van zijn huis.

door Ina Boudier-Bakker, De klop op de deur. 1931 (pg396/397)