dagboek/2010/20100701.jpg
1 juli 2010

Ik hoor ze aankomen. Dof kloppende hoeven in het zand, gebries, gekners van leer. Ik heb ruim de tijd om met de hond de hoge berm op te klimmen. Twee grof gebouwde, grote paarden met enorme hoeven trekken een karretje met plaats voor vier. Ze hoeven alleen de menner te trekken. Hij steekt in een groet zijn zweepje omhoog, het enige waar ik hem ooit zijn zweepje voor zie gebruiken. Dan zijn ze voorbij. Ze verdwijnen over de heuvel. Ik hoor ze nog even. Dan blijft er nog een geurspoor achter. Levensgroot ruik ik de paarden, een sterke, kruidige geur, onmiskenbaar paard. Nog een lang moment kan ik hun spoor volgen met mijn neus in de lucht.

Is dit de wereld van mijn hond? Een geurspoor in de lucht? Is dit hoe hij ruikt, als hij in de vroege ochtend rond begint te rennen, daar waar kort tevoren een eekhoorn zijn ontbijtroute heeft afgelegd over de bosgrond? Hoe zou eekhoorn ruiken?


 
 
 
 
 
 
 

...